Omschrijving
Meneer Hubert 31-36 is een “man zonder lach”. In
het koninkrijk waar hij woont, is elke vorm van plezier
verboden voor de “Grimmigen”, de gewone mensen.
De kleinste overtreding van de wet leidt tot vreselijke
straffen. Meneer Hubert draagt trouwens nog de
littekens die zijn toegebracht door het totalitaire
regime voor een simpele, gesmoorde lach in zijn
kindertijd.
Op een dag ontmoet hij geheel toevallig de dochter
van de koning, meneer Vrolijk. Verdwaald en loltrappend is de prinses zich niet bewust van de risico’s
die op de loer liggen, want voor de Lachpolitie
maakt het niet uit wie ze is. Meneer Hubert moet
angstvallig en tot elke prijs die onbezonnen grapjas,
die hen allebei in gevaar brengt, doen zwijgen.
